Over zogenaamde ‘spuitzones’ of beter gezegd ‘spuitvrije zones’ bestaat nogal eens onduidelijkheid. In dit artikel bespreken wij de laatste ontwikkelingen over dit onderwerp.

Om een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen voor burgers te waarborgen is het volgens vaste rechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2016:855) in beginsel niet onredelijk dat tussen gevoelige functies zoals gronden met een woonbestemming of recreatie enerzijds en agrarische bedrijvigheid anderzijds een afstand van 50 meter (een zogenaamde spuitvrije zone) wordt gehanteerd. Door deze afstand aan te houden wordt aangenomen dat bestrijdingsmiddelen in geringe mate overwaaien, zodat een veilige situatie ontstaat voor de gevoelige functies zoals woningbouw of recreatie.

Dit kan met name relevant zijn bij herontwikkelingstrajecten, zoals functiewijziging van een voormalige agrarisch erf naar woningbouw, waarbij dergelijke zones vaak planologisch worden geborgd.  Kortere afstanden zijn denkbaar, maar dan moet de initiatiefnemer en de gemeenteraad (als planwetgever) dat deugdelijk motiveren en daar loopt het vaak op vast. Er zijn gemeenten geweest die een kortere afstand gehanteerd hebben, hetgeen vaak gekoppeld werd aan een zogenaamd ‘locatiespecifiek onderzoek’ met bepaalde ‘driftreducerende maatregelen’ zoals het planten van hagen.

De vraag is of een kortere zone juridisch houdbaar is, mede ook in het licht van de recente uitspraak op 6 december 2023 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2023:4523), waarin de Afdeling aansluit bij hetgeen eerder over het EFSA-model én PRI-rapportages is overwogen, namelijk dat voornoemde modellen en rapportages niet algemeen wetenschappelijk aanvaard zijn waarmee in het kader van de ruimtelijke ordening afstanden voor aanvaardbare spuitvrije zones kunnen worden bepaald. Hierdoor is er tot vandaag de dag nog geen rechtspraak gewezen waarin een locatiespecifiek onderzoek de toets der kritiek heeft doorstaan en er een gevoelige functie op minder dan 50 meter gerealiseerd kon worden.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft bij het ministerie van LNV aangedrongen op wetenschappelijk onderbouwde,  landelijke regelgeving voor spuitvrije zones, gedifferentieerd naar teeltvormen, daar veel gemeenten woningbouw wil realiseren met oog voor volksgezondheid en perspectief voor de agrarische sector. Nu ontbreekt dat nog en wordt veelal uitgegaan van jurisprudentie, hetgeen vaak tot een gang naar de rechter leidt en dus vertraging oplevert. Er zijn ook gevallen bekend dat een bestemmingsplan (thans omgevingsplan) niet bij de rechter kwam en agrarische activiteiten naast gevoelige functies bleven bestaan, waarbij partijen de situatie accepteerden en zij contractueel afspraken hebben gemaakt over het spuiten enerzijds en bescherming anderzijds door dit op elkaar af te stemmen.

Het is afwachten hoe en of beleidsmakers tot wetenschappelijk onderbouwde,  landelijke regelgeving voor spuitvrije zones komen, welke bovendien de rechterlijke toets der kritiek kunnen weerstaan. Tot nu lijkt een kortere spuitvrije zone van minder dan 50 meter, ook gevoed door recente media-aandacht over gewasbeschermingsmiddelen, vrijwel onmogelijk.

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen of heeft u vragen? Neem dan contact op met ons kantoor.